Hoe begin je met hiken?

Een vraag die sommigen zich stellen, anderen niet: hoe begin je eraan? Nou. Wandelschoenen aan en deur achter je toetrekken en wandelen. Zo zou het kunnen zijn, maar is het eigenlijk niet. Voor alle duidelijkheid; wandelen, hiken, da’s één pot nat. Als ik het hier over wandelen heb, dan bedoel ik uiteraard een meerdaagse tochten niet een wandeling in het park.

Bij het wandelen komen vele aspecten kijken. Je moet aangepaste schoenen, kleren en materiaal hebben. Bij het maken van die keuze, geef ik je een beetje hulp op mijn pagina’s over rugzakken, wandelschoenen, enz enz. Anderzijds is er ook het fysieke aspect, waarover later meer.

Heb je totaal geen wandelervaring, dan is het altijd best om niet te veel hooi op je vork te nemen en klein te beginnen. In Vlaanderen (en bij uitbreiding België) worden bijna dagelijks lokale wandelingen georganiseerd door de vele wandelclubs die ons land rijk is. Op de website van Wandelsport Vlaanderen (vroeger Aktiva) kan je die wandelingen terugvinden. De meeste wandeltochten bieden verschillende afstanden aan: 5, 8, 10, 12, 15, 20, 25, 30 km. Er is voor ieder wat wils. Naar gelang je fitheid kan je zelf je afstand kiezen. Reken dat een mens aan een normaal tempo op een vlakke ondergrond circa 5 à 5,5 km/u per uur stapt (al dan niet zonder rugzak). Doe rustig aan en bouw geleidelijk op.

Een goede bron van informatie met betrekking tot het fysieke aspect is het boek “Gezond Wandelen” van de Nederlanders Stef Blijboom en Eric Bos (ISBN 9789054722373). Zij doen uitgebreid uit de doeken hoe je je fysiek uithoudingsvermogen kan opbouwen, maar ook hoe je op je voeding moet letten, hoe je je hartslag in de gaten houdt en zo meer. Een aanrader! (En neen, ik verdien hier geen geld mee door dit boek aan te prijzen 😉

In het eerder genoemde boek staan ook wandelschema’s, afhankelijk van je conditie en je mogelijkheden, waarmee je je kan voorbereiden op meerdaagse wandelingen. In het geval van dit boek gaat het om de Vierdaagse van Nijmegen (4 dagen na elkaar 50 kilometer wandelen), maar die training kan ook toegepast worden op de Vierdaagse van de Ijzer (4 dagen van elk 32 kilometer). Nu is het ook zo dat vier dagen 50 kilometer kunnen wandelen niet meteen hetzelfde is als vier dagen met een rugzak door de bergen wandelen, maar de wandelschema’s in dat boek helpen wel om een degelijke wandelconditie op te bouwen, zonder iets te forceren.

Forceren is iets wat beginnende wandelaars soms wel durven doen, maar ik raad het ten stelligste af. Been there, done that. Ik heb het destijds ook gedaan en het is nergens goed voor, tenzij jezelf fysiek kapot maken. Wandelen moet leuk blijven en als je jezelf kapotwandelt, dan zal het leuke er snel af zijn en ga je geen plezier meer beleven aan wat anders best een leuke hobby kan zijn.

De basisconditie die je met het gewone wandelen in eigen land op doet, zal goed van pas komen eens je naar andere oorden trekt. Je kan na het vlakke Vlaanderen of Nederland overstappen naar laaggebergtes zoals de Ardennen/Elzas, lekker dicht bij huis en een goede trainingsbodem voor het zwaardere werk in de midden- en hooggebergtes à la Vogezen, Jura, Apennijnen, Karpaten, Pyreneeën of de Alpen.

Geleidelijk aan kan je dan overstappen op weekentochten met trekkingrugzak en dan stilaan richting meerdaagse wandeltochten. Maar nogmaals, take it easy en probeer niet te snel té veel te willen, want dat kan een wandelaar soms zuur opbreken.