Een slaaplocatie kiezen

Ik kan op een camping of in een refuge slapen, maar ik verkies toch mijn tent (of tarp) in de natuur op te zetten.

Wildkamperen en bivakkeren

Eerst en vooral is het belangrijk om twee dingen van elkaar te onderscheiden. Enerzijds is er het wildkamperen, anderzijds het bivakkeren. Met wildkamperen wordt vooral bedoelt het oprichten van een kampement in de natuur, meestal met een vuur en voor een langere periode (meer dan één nacht). Dit wordt dan ook vaak met bivakkeren verward, waar je tent slechts voor een korte duur (één nacht) opzet.

Het is dat laatste dat ik zelf doe. Ik zet mijn tent pas laat ’s avonds op om de lokale bevolking of medewandelaars niet te storen en maak ook nooit een kampvuur, tenzij ik daarvoor de middelen vind aan een kampeerplaats of refuge of dergelijke. Uiteraard is een gasvuurtje om je eten op te warmen toegestaan bij het bivakkeren. Mijn bedoeling – en dat moet die van iedere bivakkeerder zijn – is om de natuur zo weinig mogelijk schade te berokkenen. Ik laat dus mijn slaapplaats proper achter en neem alle afval ook mee tot de eerstvolgende vuilnisbak.

De regelgeving is in alle landen anders. In België mag wildkamperen en bivakkeren niet. In Scandinavië mag het over het algemeen wel, want daar geldt het allemansrecht, waarbij je de natuur mag gebruiken voor recreatieve doeleinden. Weliswaar met die beperking dat je er niets mag kapot maken en ook niemand mag storen. Vuur maken kan, maar kan eveneens gereglementeerd zijn. Per land is het belangrijk om op te zoeken wat kan en wat niet.

In Frankrijk, mijn wandelland bij uitstek, mag wildkamperen en bivakkeren overal tenzij anders vermeld (lokale regelgeving). Dat maakt het nog altijd niet makkelijk om te weten waar het mag. Over het algemeen mag er niet wildgekampeerd worden in de nationale parken, wel daarbuiten. Bivakkeren mag – over het algemeen – dan weer wel in de nationale parken, zolang je op minstens een uur wandelafstand van een openbare weg en/of de parkgrens blijft. Uiteraard is dit dat wandeluur ruim te nemen. Twee nationale parken, dat van Port-Cros (een eiland aan de Azurenkust) en de Vanoise (Alpen), verbieden wildkamperen én bivakkeren. In de Vanoise is het enkel toegelaten naast refuges en meestal ook mits betaling van een financiële bijdrage. In de Cevennen is ook bivakkeren op sommige stukken niet toegelaten om de natuur niet te schaden. Kijk sowieso steeds op de websites van de verschillende nationale parken om zeker te zijn van de geldende regels.

Slaapplek kiezen

Hoog en droog, maar niet té hoog. In het hooggebergte is slapen op een bergtop geen goed idee. Ten eerste is de bliksem steeds een gevaar om rekening mee te houden. Ten tweede heeft de wind daar vrij spel en het kan al eens hard waaien. Probeer dus sowieso voor een lagere slaapplek te kiezen, liefst uit de wind.

Ben je op een beboste heuveltop, kies er dan toch voor om ietsje te dalen en je te verwijderen van die top. Zoals iedereen weet slaat de bliksem steeds op het hoogste punt in de buurt in.

Naast een rivier slapen? Leuk! Maar kijk altijd goed naar de weersvoorspellingen. Als er regen op komst is, slaap dan op een hoger gelegen gedeelte waar je zekerheid hebt dat je er de hele nacht droog ligt. Een klein beekje kan mits een hevige stortbui snel omgetoverd worden in een stevige stroom. Met wat geluk zal je tent niet meegesleurd worden. Met hoger gelegen bedoel ik uiteraard niet “x meter verwijderd” van de rivier, maar wel “x meter hoger dan de rivier”.

Bestudeer het terrein steeds goed alvorens je slaapplaats te kiezen. En vooral: gebruik je gezonde verstand.

Kijk ook eens op de pagina “Dagetappe plannen” om te weten hoe je al voor het begin van je tocht slaaplocaties kan vinden.