Dag 4

Datum: Dinsdag 18/07/2017
Etappe: Thannenkirch > Le Haïcot (naast le Grand Brézouard)

Afstand: 28,9 kilometer
Stijgingsmeters: 1415m / Dalingsmeters: 782m

Weer: Zonnig, 34°C

Was het gisteren al warm, dan is het vandaag nog een stuk erger. Na een goede nachtrust en een kort ontbijt gaan we op pad. Ribeauvillé is het eerste doel. We passeren het Château du Haut Ribeaupierre en wat verder het Château de Saint-Ulrich. Van hieruit heb je een mooi zicht op Ribeauvillé en omstreken. De afdaling naar het stadje is kort maar krachtig. De mannen van de gemeente zijn hier op de bergflanken met hun materiaal aan het werk om het onkruid weg te maaien en het pad beter begaanbaar te maken.

Net voor aankomst in de stad, tijdens het dalen, slaag ik er mijn enkel om te slaan. Het doet pijn als ik erop wandel en Ribeauvillé lijkt het eindpunt te worden. Samen met mijn twee kornuiten gaan we in het stadje rechtstreeks naar het Office de Tourisme. Eén van mijn metgezellen wordt donderdag sowieso terug in Brussel verwacht en moest dus wel naar huis. De andere koos, gezien mijn verstuiking, dan maar voor dezelfde oplossing. Ik kon de vriendin van mijn vader opbellen indien nodig, maar eerst zouden we wat gaan eten en dan zagen we wel. Na een uitgebreid ontbijt en een kort bezoek aan de apotheek voor een Cold Spray had ik de indruk dat de verstuiking al bij al meeviel en ik er geen hinder van ondervond. Als kind had ik mijn enkel gebroken en die blessure zorgt er nu nog steeds voor dat ik tijdens elke wandeling of tocht meermaals mijn enkel omsla. Ik heb er mee leren leven tijdens het hiken en ik heb er eigenlijk nooit langer last van gehad dan een paar uur.

IMG_20170718_085644online
Dag 4: Ribeauvillé gezien vanaf het Château de Saint-Ulrich.

Omstreeks 12u30 kan ik eindelijk het vervolg van de GR aanvatten en neem afscheid van mijn vrienden. Vanuit Ribeauvillé (250m) klimt de GR gestaag langs de flanken van de Mühlkopf. Als ik na drie kilometer aan de Col du Seelacker (675m) aankom, hoop ik me daar op een bankje neer te zetten om te rusten en nog wat kleins te eten. Maar de vele insecten die hier aangetrokken worden door een plasje stagnerend water, net als de vele bijenkorven, zorgen ervoor dat ik niet rustig kan genieten van mijn pauze. Ik trek dan ook snel verder. De Sapin des Français (775m) die wat verder staat, blijkt niet meer dan een kapotgebliksemde boomstronk. De klim van de Koenigsstuhl (937m) is kort maar pittig. Ik kom twee wandelaars tegen die de berg afdalen. Zij gaan naar de kapel van Saint-Alexis. Die ligt hier een kilometer in vogelvlucht vandaan en daar kan je heerlijk eten! De Roche du Tetras die volgt op de Koenigsstuhl is een leuk strookje rotsen waarover de GR loopt.

Ik kan niet wachten op in Aubure (794m) aan te komen en mijn watervoorraad aan te vullen. Ik heb sinds Ribeauvillé, 7 kilometer terug, al 2,5 liter water gedronken. Op de kaart staat buiten het dorpje een fontein aangeduid, maar het zal moeten blijken of deze voldoende debiet heeft om mijn flessen te vullen.

Kort na het binnenwandelen van Aubure passeer ik een bord “Camping pour randonneurs”. Ik heb de gegevens niet genoteerd, maar iets van €5 per persoon en per tent op een private camping. Ik neem aan dat je in dit dorp eveneens bij de buren kan bivakkeren in de tuin als je het vriendelijk vraagt. Ik loop nog wat verder tot aan het rondpunt, waar een winkeltje zou moeten zijn. Tot mijn verrassing staat hier ook een bronnetje dat niet op de topografische kaart aangeduid staat. Genoeg water om de rest van de dag mee door te komen. Het is nu 15u15. Wat verder, rustend onder een boom neem ik een andere wandelaar waar. Ik wandel in zijn richting. Het blijkt om een 18-jarige kerel te gaan en die kortstondig besloten heeft om met de rugzak de GR5 te wandelen. Het enige probleem: hij heeft niet voldoende proviand mee en wacht dan ook op de opening van het winkeltje om 16 uur of op een lift naar het dorpje Le Bonhomme, dat wat verder langs de GR ligt.

Een beetje rust kan geen kwaad en ik wacht dan ook tot de winkel opengaat voor een kleine snack. Veel heeft de winkel niet te bieden, want de mensen die het winkeltje openhouden doen dit als vrijwilliger. Al wat weggegooid wordt, moet dan ook uit eigen zak betaald worden. Daarom vind je hier vooral droog voedsel. Een mobiele beenhouwer komt wat later aangereden en biedt verse waren aan. Om 16u15 ga ik verder. Ik wens de jonge wandelaar nog veel succes en wie weet kom ik hem later nog tegen.

IMG_20170718_200506online
Dag 4: Overnachten doe ik aan een grasveld dat allicht als startplaats voor allerhande luchtsportbeoefenaars dient aan de gesloten auberge du Haïcot.

Hier in Aubure wijken de GR-wegwijzers af van wat er in de topogids beschreven stond. Desondanks kom ik even later aan de Col de Fréland (830m). Aan de Belvédère krijg je nog een fantastisch zicht in zuidelijke richting. Na een kilometer komt het echte klimwerk en ga je van 856m naar Pierre des Trois Bans op 1126m. De benen voelen goed en het is nog vroeg, dus ik wandel nog een stuk door. Net onder de Petit Brézouard (1203m) staat een vernieuwde abri en wie weet kan ik daar mijn tent opslaan. Het zicht vanop de bergtop is fenomenaal en doet me al watertanden om wat zal volgen. Aan de abri, net onder de bergtop, heeft een oudere man een kampvuur in gang gezet en luistert naar een deuntje op een radio. Hij nodigt me uit om een kommetje noedels mee te eten, maar ik bedank vriendelijk. Ik zou liefst nog een stukje willen doorwandelen en dat doe ik dan ook. Het gaat over de Grand Brézouard (1229m) waar je zicht geblokkeerd wordt door bomen. Dan daal ik af naar de abri op 1070m. Een stukje verder ligt de auberge du Haïcot/Haycot, maar die is gesloten. De grasvlakte erboven (1000m) is echter ideaal om de tent op te slaan. Het enige nadeel is het jongerenkamp op enkele tientallen meters en het lawaai dat ze nog tot een stuk in de nacht maken.

GR5vog4