Dag 1

Datum: Zaterdag 15/07/2017
Etappe: Schirmeck > Le Hohwald
Afstand: 22,6 kilometer
Stijgingsmeters: 893m / Dalingsmeters: 616m

Weer: Zonnig, 22°C

Treinrit:
Brussel-Zuid (07u17) > Strasbourg(10u49)
Strasbourg (12u25) > Schirmeck-La Broque (13u11)

In laatste instantie heb ik nog twee wandelkameraden gevonden die me konden vergezellen op deze tocht door de Elzas en de Vogezen, al was het maar voor de eerste vier wandeldagen.

Met enige minuten vertraging komen we omstreeks 13u15 in het station van Schirmeck-La Broque aan. Daar vullen we nog snel onze watervoorraad aan in de Intermarché die naast de spoorweg ligt. Het is zonnig en niet te warm, dus ideaal wandelweer. Ik ken deze eerste etappe nog van vorig jaar en weet dat we vanaf Schirmeck (315m) al meteen moeten stijgen om het concentratiekamp te bereiken dat op bijna 800m ligt. Eerst nemen we achter de kerk een trap, om dan over de tunneluitgang van de D1420 naar het Château en zijn Mariabeeld te gaan. Van hieruit heb je nog een mooi zicht op Schirmeck en in de verte ook de Donon. Na een kilometer komen we aan het Croix Walter, waar we het bos in trekken. Vorig jaar kreeg ik hier af te rekenen met een losse schoenzool. Gelukkig blijft nu alles op zijn plaats.

Blijkt dat ik, net als vorig jaar, opnieuw het verkeerde pad kies, want opeens staan we aan de abri du Bornichon. Op zich geen erg. We volgen het pad dat de heuvel op gaat en bij gebrek aan een pad dat ons naar de Fontaine Leopold leidt, gaan we rechtdoor de heuvel op door de bossen, wetende dat daar ergens het juiste pad ligt. De Fontaine Leopold heeft bijna geen debiet, dus valt hier in volle zomer geen water bij te tanken.

Wat verder aan de abri op hoogte 668 horen we een horde dagwandelaars die zich te goed doen aan een stevige maaltijd. Wel wat luidruchtig, wetende dat niet meer ver van hier het voormalige concentratiekamp ligt. Ik moet mijn wandelvrienden ook tot tweemaal toe vragen om ook wat minder luidruchtig te zijn. Als we eenmaal aan de oude gaskamers komen, dringt het helemaal tot hen door. Het gebouw waar de Duitsers in 1943 86 Joodse gevangen vergasten en later nog medische proeven op zigeuners plaatsvonden, diende voorheen tot herberg en had een feestzaal. Moeilijk voorstelbaar.

En het wordt nog macaberder als je door de rustige bossen de heuvel opklimt richting concentratiekamp. Opeens kom je aan de villa mét zwembad die kampcommandant Josef Kramer voor zich opeiste. Slechts een tiental meter verder staat de prikkeldraadversperring van het kamp en kom je aan de hoofdingang. De 41 meter hoge toren uit witte steen die we eerder vanuit de verte konden zagen is het Mémorial du Déportation. Op deze plaats staat ook een Nécropole Nationale, een nationale begraafplaats, voor meer dan 1100 Fransen die in verschillende kampen de dood vonden, maar van wie zich later geen familieleden aandienden om het lichaam op te eisen. Vijftig meter verder staat een gigantisch bezoekerscomplex, annex museum, dat zeker de moeite waard is om te bezoeken.

IMG_20170715_151821online
Dag 1: De toegangspoort van het concentratiekamp.

Het moet verder, want ik had gepland om ergens bij het dorpje Le Hohwald, na 20 kilometer, de tenten op te slaan. Na ongeveer 10 kilometer arriveren we aan het Champ du Messin waar we aan een verfrissend fonteintje de watervoorraad aanvullen. Twee oudere koppels zijn op zoek naar blauwbessen, maar de oogst is bijzonder mager. Ik vertel één van de mannen dat ik vorig jaar omstreeks dezelfde tijd kort voor de Donon en de Rocher de Mutzig heel wat blauwbesstruiken tegenkwam en dat er, doordat deze enkel via de klim bereikbaar zijn, nog tonnen te plukken vielen. De oude man zegt me “Pas possible, car j’habite à Dinsheim”. Ik vertel hem dat ik het niet over het dorpje Mutzig heb, dat naast Dinsheim ligt, maar wel over de Rocher, die daar toch enkele kilometers vandaan ligt.

We gaan verder langs de GR die zowat parallel aan de D214 loopt. Na opnieuw anderhalf uur bereiken we omstreeks 18u00 het Champ du Feu (hoogte 1077m). Hier houden we drie kwartier halt om de voeten een beetje rust te gunnen. Ik probeer de ongemakken door blaren immers tot een minimum te beperken en daar hoort dus ook het regelmatige rusten en schoenen uittrekken bij. Tenslotte gaat het naar beneden, langs de Source de l’Andlau, richting de waterval van Le Hohwald. Eerst moeten we nog over omgezaagde boomstammen klauteren. Tot slot komen we tegen 20u in Le Hohwald aan. Eerst denken we op de speelplaats van het schooltje, annex Mairie, een ideale bivakplaats gevonden te hebben. Maar bij nader inzien ligt het gras vol stenen. We gaan dus nog wat verder en net voor het brugje over een zijriviertje van de Andlau, vinden we een kleine grasvlakte naast de weg. Op enkele meters levert een fontein ook nog water.

GR5vog1