Dag 5

Datum: Dinsdag 14/08/2018
Etappe: Samoëns > Refuge de Moëde Anterne

Afstand: 21,6 kilometer
Stijgingsmeters: 1706m / Dalingsmeters: 466m

Weer: Bewolkt, vanaf middaguur afwisselend regen 19°C

Deze wandeldag belooft een zware te worden. Ik moet van 700m, waar Samoëns ligt, helemaal naar 2257m hoogte, naar de Col d’Anterne. In totaal moet ik zo’n 1700 stijgingsmeters overwinnen en dat over een afstand van 21 kilometer.

Om 8u stipt zijn mijn Britse wandelgenoot Michael en ik al op de been. Het ontbijt hadden we gisteravond reeds ingekocht in Samoëns en dus konden we, behalve het ontbijt, meteen een boterham voor onderweg smeren.

De eerste vier kilometer zijn vlak en volg je het riviertje Giffre tot aan de brug bij Le Perret. Aan de bushalte aldaar komen we Charles, de Zwitser, tegen. Hij heeft opnieuw last van z’n voeten. Geen flauw benul wat we even verderop verkeerd doen, maar de laddertjes van de Gorges des Tines krijgen we niet te zien. Opeens staan we aan de D907 en lopen langs enkele drankenstandjes. 200m verder is er echter een brug over de Giffre en volgen we een bospad tot we op het niveau van de rivier terechtkomen. De enige weg hieruit is een smal pad langs een rots, met een ijzeren kabel als houvast. Het pad is wat wel te smal naar mijn zin en stijgt ook erg snel. Ik krijg wat last van hoogtevrees, maar ik steek het stuk spoedig over tot we even verderop weer aansluiten bij de oorspronkelijke GR5. De GR wordt pas echt interessant als we in een grote boog om het dorpje Salvagny wandelen en bijna aan de Pont de Salles (849m) komen. Eens die brug overgestoken, wandel je slechts een tiental meter langs de D429 alvorens het pad linksaf slaat en steil omhoog gaat. Het pad is voldoende breed en ik hou er een stevig tempo op na. Michael kan niet volgen, maar ik geef hem de tijd.

Aan de Cascade du Rouget (956m) houden we halt aan de buvette voor een warm drankje want de hele ochtend is het in de vallei best fris. Het zonnetje komt nu ook even te voorschijn, maar dat zal niet van lange duur zijn. Wat later klimmen we verder naar de Auberge de Lignon (1159m). Ik heb honger en nuttig er een lunch. Ik zeg tegen Michael dat hij verder moet wandelen als hij niet wil eten, maar hij wacht liever. Sinds zijn wandelmaat Paul moest opgeven, is hij -denk ik- wel blij dat hij niet helemaal alleen moet wandelen. En ik heb er ook niets op tegen om een leuke gespreks- en wandelpartner te hebben. Tijdens de lunch begint het te druppelen en dat zal zo blijven duren tot we aan de Refuge Alfred Wills aankomen. Intussen zijn ook onze Amerikaanse vrienden komen aansluiten en Charles is ons intussen voorbij gestoken.

Om 12u30 gaat het verder naar de watervallen Pleureuse en Sauffaz (1429m). Heel mooi. Hier draait het pad nu ook bijna 90 graden om zo tot de Collet d’Anterne (1790m) te klimmen. Hoewel je onderweg daar naartoe een mooi zicht op de vallei van de Giffre hebt, met Sixt-Fer-à-Cheval in de verte, ben ik hier niet helemaal op mijn gemak. Het regent, het pad is smal en er zijn geen bomen langs de kant van de afgrond. Gelukkig duurt dit niet al te lang en nog voor ik er erg in heb, komen we aan in het vlakke valleitje waarin de eerder genoemde refuge ligt. Ondertussen zijn we ook Charles weer tegengekomen. Hij was onder een boom aan het schuilen voor de regen. Want tijdens de hele beklimming kregen we de volle laag.

Soms durft het zonnetje zich laten zien, maar net zo vaak begint het weer te druppelen. Omstreeks 15u30 komen we aan bij de refuge Alfred Wills (1812m). Daar trakteer ik de hele groep (Michael, Charles en het Amerikaanse koppel) op een drankje. Officieel is het daar mijn 100ste kilometer op de Traversée des Alpes.

IMG_20180814_141910
Dag 5: De prachtige vallei van de Anterne waarin de Refuge Alfred Wills ligt.

Charles gaat als eerste op pad, wij volgen een tiental minuten later. We moet zo’n driehonderd meter klimmen om dan aan de Lac d’Anterne te komen. Maar voor we kunnen genieten van het prachtige zicht op dit mooie meer hebben we geluk en spotten we een groep marmotten. Wij blijven met z’n vieren staan en zij staren ons aan. Pas na een tiental minuten is het schouwspel voorbij en wandelen we verder. Het Lac d’Anterne (2061m) is prachtig en in de verte zien we dat Charles op zoek is naar een mooie kampeerplek. Aan plaats alvast geen gebrek. Er staan verder nog een viertal tenten op de enorme grasvlakte.

IMG_20180814_161723
Dag 5: Het prachtige Lac d’Anterne

Vanaf het meer klimt de GR vrij makkelijk naar de Col d’Anterne (2257m). Het zicht van hier uit zal op een zonnige dag best de moeite zijn, maar nu moeten we ons tevreden stellen met zicht op de Brévent (terwijl je hier ook de Mont Blanc zou moeten kunnen zien) en de refuge Moëde d’Anterne (2002m) aan de voet van de Col. Het is 17u als we op de top staan en het duurt nog een half uur voor we in de refuge aankomen. De afdaling is aanvankelijk best steil en dus is moet je goed uitkijken.

Ik had er op zich niks tegen om een nachtje buiten te slapen, maar Michael dringt aan en vermits hij toch een reservatie had voor Paul, zeg ik niet neen. Een warme douche doet natuurlijk altijd deugd.

AltProfGR5-D5