Dag 1

Datum: Vrijdag 10/08/2018
Etappe: Thonon-les-Bains > Le Petit Chesnay

Afstand: 35,1 kilometer
Stijgingsmeters: 1517m / Dalingsmeters: 603m

Weer: Zonnig, 25°C

Ik vertrek best laat voor mijn eerste wandeldag op de GR5. Pas om 7u40 ben ik op pad. Eerst moet ik nog 2,6 kilometer afhaspelen tot aan het station van Thonon, waar ik de eigenlijke GR insla. Onderweg haal ik nog twee koffiekoeken af bij een bakker. Aan het station zie ik de GR-tekens en meteen krijg ik weer dat gelukzalige wandelgevoel.

Al na enkele kilometers maak ik een fout, waardoor ik een omweg via het mooie dorpje l’Ermitage moet maken. Kort na de eerste oversteek van de D26 kom ik al een eerste “randonneur” tegen, een Fransman uit Bordeaux. We wandelen samen tot Armoy, maar net als we aan het dorpje zijn, merk ik dat ik mijn vouwflesje onderweg ben kwijtgespeeld. Ik laat Nico dus verder wandelen en loop terug. Ik moet zo’n 500 meter teruglopen en vind mijn flesje tenslotte terug in een bocht. Gelukkig onbeschadigd. Uiteindelijk haal ik Nico terug in bij Les Jossières, waar we andermaal de D26 oversteken. Hij steekt een sigaret op en ik wandel verder. Ik zal Nico niet meer terugzien, want zijn tempo ligt beduidend lager dan het mijne en hij is van plan om ergens bij Mérou te overnachten, terwijl ik toch tenminste tot bij Chevenoz wil geraken.

Na Armoy gaat de GR grotendeels door bossen en als ik bij Reyvroz aankom, krijg ik een prachtig panorama aangeboden. Ik heb vooral interesse in de Dent d’Oche, want de GR gaat daar immers langs. Intussen komt er heel wat lawaai uit de steengroeve van Pombourg.

Bij Reyvroz kiest de GR een andere weg dan wat ik op mijn kaart had aangeduid. Normaliter zou de GR westwaarts richting Vers le Pré gaan, maar nu word ik naar Le Sage gestuurd om zo een eind voorbij Vers le Pré terug de originele route te vervoegen. De afdaling naar Bioge gaat vlot en ik kom aan bij een watersportcenter. Daar kan je ook terecht voor een maaltijd. Ik kies een deftige hamburger met frietjes en sla.

Na de oversteek van het oude bruggetje over de Dranse de Morzine ben ik even niet zeker welke richting ik uit moet. Bij de huizen aan de overkant ontbreekt precies een markering, maar al snel kom ik in de bossen de vertrouwde GR-kleuren tegen. De klim naar Les Chênes is erg steil, op losse stenen en blijft maar duren. Bij La Plantaz kies ik voor de GR-variante rechtstreeks naar Mérou via Les Girards. Uiteindelijk beslis om een omweg van 3,5 kilometer langs de supermarkt in Vinzier te maken voor extra waterflessen (ik ben maar met twee kleine flesjes vertrokken) en een ijsje.

Op de weg terug, naar Mérou kom ik een oudere man op de fiets tegen. Blijkt om een Brit te gaan die zich hier op het plateau is komen vestigen. Zelf heeft hij enkele jaren geleden de GR5 gewandeld vanuit Saint-Gingolph. We praten nog wat, maar dan moet ik toch verder.

Als ik op het punt sta Chevenoz binnen te wandelen, bij Le Crêt, ben ik nog eens onoplettend en wandel rechtdoor richting dorpscentrum i.p.v. meteen te klimmen naar Prébuza en Sur les Trables. In Chevenoz kom ik nog een zeer propere openbare toilet tegen aan een gebouw van de gemeentediensten, waar ik ook mijn flessen vul voor het avondmaal. Daarna begin ik aan de klim die zal blijven duren tot aan mijn slaapplaats, zo’n 4 kilometer verder.

Vanaf Prébuza probeer ik een goed plaatsje te zoeken. Pas als ik ter hoogte van Le Petit Chesnay kom, vind ik iets. Er staan drie chalets. Eén daarvan heeft een klein bordes waarop ik mijn slaapmat en slaapzak installeer. De tent laat ik achterwege. Ik geniet van mijn avondeten en om 19u30 kruip ik onder de dons na een lange wandeldag van 35 kilometer.

AltProfGR5-D1a