Dag 2

Datum: Donderdag 02/08/2018
Etappe: Kerguinou > Saint-Hernot

Afstand: 34,5 kilometer
Stijgingsmeters: 423m / Dalingsmeters: 432m
Weer: Zonnig, 25°C

Na de stevige wandeling gisteren is het vandaag zaak om zo ver mogelijk te wandelen, zodat ik het de daaropvolgende dagen ietsje rustiger aan kan laten gaan.

Om 6u word ik gewekt door de haan van de boerderij even verderop. Na het ontbijt ben ik een uurtje later al op pad. Het pad loopt nog een stukje langs de kliffen. Als ik ter hoogte van de Rocher Lieval ben, kan ik achter mij de ruïnes van het oude fort aan de Pointe des Capucins zien. Achteraf gezien jammer dat ik niet even de omweg maakte, want het bouwwerk ziet er vanop afstand best indrukwekkend uit. Het staat op een klein rotsachtig eilandje en is met het vasteland verbonden door een korte brug. Even verderop zijn er nog meer ruïnes te bewonderen met het Fort de la Fraternité waar je zo doorwandelt. Aan de Pointe de Tremet draait de GR linksaf en gaat om het Fort van Quélern heen. Ik ben nu aan de achterkant van het gehucht waar ik gisteren al door wandelde en net als toen is alles hier militair gebied en mag er dus niet gefotografeerd worden. Ik kan slechts een kleine glimp van het fort opvangen bij de hoofdingang. Voor het overige is alles zeer goed verborgen.

Na het fort daalt de GR via de D355 af richting Camaret. Het zicht is mooi, maar nog niet zo spectaculair als wat ik vanaf vanmiddag te zien krijg. In Camaret hou ik tegen 9u halt voor een tweede ontbijt. Er is best veel volk op de been. Daar zal een zeilevenement dat hier plaatsheeft wel wat mee te maken hebben. Na deze kleine pauze gaat het verder over de Pointe du Grand Gouin. Opvallend is hier weer de mix tussen oude forten en de modernere Duitse bunkers. Op één daarvan zijn zelfs opvallend veel sporen van gevechten terug te vinden. Eens ik van de pointe richting westen kijk, zie ik de indrukwekkende Pointe du Toulinguet. De GR gaat bizar genoeg eerst richting pointe, die met z’n 50 meter hoogte toch voor kort maar krachtig klimwerk zorgt, om dan paralel met een muur te lopen. Die muur houdt onbevoegden weg, want ook dit is militair gebied. Even verder gaat het wandelpad dan ook weer omlaag en krijg je een mooi uitzicht op de baai van Pen Hat. De hoge golven zijn ideaal voor de vele aanwezige surfers. Na Pen Hat is het weer even klimmen geblazen om aan het Musée Memorial de la Bataille de l’Atlantique te komen. Dat museum herdenkt de strijd in de Atlantische Oceaan tussen Duitsers en geallieerden tijdens WOII. Ik heb het niet bezocht, maar de toegangsprijzen lijken zeer schappelijk.

Ik kom twee meisjes tegen die ik daarnet al aan de Pointe de Toulinguet tegenkwam en zal hun pad nog een hele dag kruisen. Ik hou even halt voor een korte snack en een drankje, want hoewel de temperaturen hier beduidend lager liggen als elders in West-Europa is het toch ongenadig warm en er is amper wind. Ik zet me neer in de schaduw van een Duitse bunker en kan van hieruit ook reeds richting Pointe du Van kijken. Dat is net niet het einddoel van mijn wandeltocht. Maar om daar te geraken moet ik eerst nog 130 kilometer wandelen.

Tegen 11u30 kom ik bij Pen Hir aan. Hier staat sinds 1951 een enorm blauwgranieten kruis dat de Bretoenen moet herdenken die tijdens WOII aan de zijde van de Vrije Fransen (onder Charles de Gaulle) vochten. Uiteraard is hier een massa volk aanwezig. Ik blijf hier dan ook niet te lang talmen en wandel verder. Ik zie nog de Tas de Pois, een reeks rotsachtige eilandjes dat zich in richting zee uitstrekt vanaf de Pointe de Pen Hir.

Na Pen Hir kom je aan het strand van Veryac’h. Er is een bar waar je iets kan eten, maar jammer genoeg zijn alle plaatsen gereserveerd door de vele strandgangers. Net als mij zullen de vele wandelaars die hier langskomen met lege maag moeten verder trekken. Ik drink snel wat en ga dan naar de eerstvolgende eetgelegenheid aan het strand van Kerloc’h, zo’n 5 kilometer verder. Uiteraard zijn de panorama’s prachtig en kan ik niet ophouden met te vergapen me aan de prachtige kliffen en rotsformaties die ik onderweg tegenkom.

Als ik tegen 13u50 aan Kerloc’h aankom zie ik dat de eettent toch niet al te proper is. Dus zit er niets anders op dan een gevriesdroogde maaltijd klaar te maken in de schaduw van één van de weinige bomen. Een wandelaarster komt naast me zitten en we geraken aan de praat. Zij is verbaasd dat ik een potje sta te koken terwijl er een eettent staat, maar al na twee minuten komt ook zij terug en begrijpt waarom. Na een uurtje nemen we alweer afscheid. Zij gaat tot aan een camping bij de Plage de Goulien en ik wil nog een heel stuk verder.

Het strand in de baai van Dinan lijkt eindeloos. Uiteindelijk kom ik aan de Pointe de Dinan met net daarvoor de Château de Dinan. Geen echt kasteel natuurlijk, maar de rotsformaties hebben – mits wat verbeelding – wel wat weg van een château. Het is broeierig warm en de ontbrekende wind en volle zon maken het er niet makkelijker op. Ik kom nog langs vele mooie stukken natuur, maar tegen 16u30 begin ik toch te denken dat het stilaan genoeg is geweest.

Ter hoogte van de parking aan La Palue trek ik landinwaarts om me een kampeerplekje te zoeken. Dat blijkt echter niet zo evident. De enige degelijke stukken vlakke grond zijn privéterrein en onmogelijk te voorspellen of er al dan niet iemand woont. Ik zet me even in de schaduw om te bekomen van de warmte. Ik kies voor de optie van de gîte d’étape, maar moet dan wel nog langs een volgroeid pad richting Saint-Hernot. Daar kom ik tenslotte tegen 18u aan in de gîte. Voor de tweede maal vandaag moet ik een gevriesdroogde maaltijd klaarmaken, want alle tafels zijn gereserveerd voor het avondmaal. Gelukkig hebben ze wel nog een bed in de gîte. Na een kort gesprek met een Luikenaar die de GR in omgekeerde richting wandelt, kruip ik vroeg onder de dons.

altprofgr34-2