01: Spa-Aywaille (13/01/18)

Via de Facebookgroep Hiking in Belgium worden er regelmatig dagtochten georganiseerd. Eén daarvan is de nachtwandeling tussen Spa en Aywaille via de GR15. De afstand bedraagt circa 23,7 km. Via diezelfde groep heb ik begin december 2017 ook een nachtwandeling gedaan in het Zoniënwoud. Behalve dat je toen bijzonder weinig zag, was dit best een aangename ervaring en dat smaakte naar meer. Het plan was dit keer om ’s avonds met de trein naar Spa te reizen, daar dan een copieuze maaltijd binnen te spelen, alvorens tegen 22u te vertrekken.

Met de trein kwamen we stipt om 20u12 in Spa-Geronstère aan. Bij een Italiaan naast het gemeentehuis deden we de nodige calorieën op. Omstreeks 22u25, na een gemoedelijke avond, maakte ons groepje van in totaal 16 wandelaars zich op voor een nachtelijke tocht door de Ardense wouden, heuvels en dalen.

Eerlijk gezegd valt een nachthike moeilijk te omschrijven, want je ziet bijster weinig. Maar de rust van de natuur, de sterrenhemel, de kabbelende beekjes,.. Het zijn maar enkele van de dingen die een nachthike eigenlijk ook intenser en aangenaam maken. En dan is er het thema vermoeidheid. Zeker naar het einde toe, met nog twee korte beklimmingen, werd het er voor velen niet makkelijker op.

Voorbij Banoyard, na ongeveer 10 km, werd er een eerste keer halt gehouden. We hadden er toen net de beklimming van de Thier d’Aihé opzitten. Net op het moment dat we ons daar geïnstalleerd hadden, laaide de wind op en dus deed ik meteen m’n fleece en donsjas aan. Mijn windbreaker had ik thuisgelaten. Na twintig verpozende minuten, gingen we verder langs Vert Buisson richting afdaling van de Ninglinspo. Op zich is deze wandeling tijdens de dag al de moeite waard, maar ’s nachts is die fenomenaal mooi en voelt nog avontuurlijker aan. De vele hoofdlampen zorgden voor extra sfeer.

Na de Ninglinspo stond de mijns inziens pittigste beklimming van deze wandeling op het programma, die naar de Champs des Tinrons, met onderweg tussen de kale boomtakken zicht op de lichtjes van het dorpje Nonceveux. Voor de beklimming koos ik mijn wandelstokken en kon met stevig tempo naar boven, maar moest dan wel wachten tot de andere weer aansloten. Op naar het viaduct van de A26-E25 bij Remouchamps, waar een bord ons herinnert aan de dood van een jonge wielrenner, die hier in juni 2015 omver gereden werd door een auto.

Remouchamps en het meteen daarop volgende dorpje Sougné liggen er verlaten bij. Van de dagdagelijkse drukte is hier nu, tegen 4u ’s ochtends helemaal niets te merken. De toegang tot het bekende grottencomplex is evenwel mooi verlicht.

Enkelen in de groep krijgen het nu stilaan moeilijk en kiezen voor een rechtstreekse weg naar het eindpunt in Aywaille. Wat later zijn er nog enkelen die het moeilijk krijgen, maar voor hen zit er niets anders op om de laatste beklimming op eigen tempo te doen. De vermoeidheid , of eerder slaaptekort, neemt bij de meesten de bovenhand. Eenmaal boven, Sur la Hé, aangekomen is het nog twee kilometer rechtdoor op vlakke ondergrond om tenslotten nog een kilometer lang te dalen naar Aywaille en ons verdiende ontbijt, om 5u30, in de lokale Point Chaud.