Dag 3

Datum: Dinsdag 06/08/2019
Etappe: Gîte de Plan-Mya > Landry

Afstand: 27,1 kilometer
Stijgingsmeters: 952m / Dalingsmeters: 2078m

Weer: Zonnig, 28°C

Gisterenavond heb ik nog kunnen opvangen dat het kort na het middaguur zwaar zou ontweren, dus blijf ik deze morgen niet te lang plakken en ben om 7u op pad. Aan de oude refuge van Le Mora spot ik een eenzame marmot. De eerste van velen die ik op deze trektocht zal tegenkomen. Met het invallende zonlicht doet het landschap me niet meteen aan de Alpen denken, maar heeft eerder iets Mediterraans.

Het is pas bij de Grande Berge dat je een degelijk zicht op het enorme Lac de Roselend krijgt. Het pad loopt voortdurend op en af en omdat ik niet te lang wil treuzelen met het voorspelde slechte weer ga ik ook niet naar de Belvédère voor een panoramisch zicht op het meer. Aan hoogte 1910, boven Treicol, krijg je ook voor het eerst een duidelijk blik op de Col de Bresson (2469m) evenals de Tête du Lion, die effectief op een leeuwenkop lijkt, en de Pierra Menta (2714m). Ik krijg het een beetje benauwd als ik de muur zie die voor me opdoemt. Ik zie wel een weg omhoog gaan, maar dat lijkt me allemaal best steil. Intussen staat de zon ook hoog genoeg en net voor de ruïnes van de Presset-boerderij voel ik de hitte in mijn nek. Al bij al valt de klim naar de Bresson nog mee en om 11u30 kom ik er reeds aan. Onderweg heb ik een leuke babbel gehad met een man die de GR5 in tegenovergestelde richting tot de Lac Leman doet. Onder de Tête du Lion ga ik een kort gesprek aan met een jonge bergwandelgids die zijn ‘kudde’ wandelaars van de Refuge de Presset (2504m) naar beneden leidt.

Op de Col de Bresson neem ik een half uur pauze, want met de hitte neem ik liever het zekere voor het onzekere. Omstreeks 12u begin ik aan de afdaling die zeer makkelijk is en langs een klein bergstroompje slingert. Na een uurtje sta ik aan de Refuge Communal de la Balme Tarentaise (niet te verwarren met de Refuge de La Balme gisteren, op weg naar de Col du Bonhomme). Hier laat ik me een omelet smaken en ik geraak aan de praat met een Rus, Vladimir, die net uit de douche komt. Blijkbaar heeft hij zwaar afgezien en had nood aan een warm stortbad. Hij stapt allicht tot Modane, of misschien Briançon. Als ik om 13u45 vertrek, staat hij nog lang niet op het punt te vertrekken. De afdaling verloopt vrij vlot op een weg die weliswaar bezaaid ligt met grote stenen, maar ik vorder goed. Het lijkt erop dat het nu kalme riviertje hier in een recent verleden lelijk huisgehouden heeft, want de bedding ligt bezaaid met meegesleurde rotsblokken en boomstammen.

Ter hoogte van de kapel van Saint Guérin heerst er even verwarring. Ik volg de GR-tekens en bij de twee oude schuren moet ik blijkbaar linksaf naar het hogerop gelegen pad, maar er is geen enkel zichtbaar pad hier beneden tenzij rechtdoor en dat lijkt dood te lopen. Dus ga ik even dwars door het hoge gras en sluit wat hoger op het pad aan. Wat verder duikt het pad het bos in en dat zorgt bij deze hitte voor welgekomen verkoeling. Het aantal mieren dat ik hier over de grond zie kruipen is ook indrukwekkend. Wat verder bij Les Chavonnes beschrijven informatiepanelen de oorsprong van dit pad. Oorspronkelijk was dit een handgegraven kanaal dat echter door lawines verwoest werd. Op bepaalde plaatsen kan je nog de (bak)stenen overblijfselen zien.

Het laatste stuk van deze dagetappe is zo mogelijk het zwaarst. Het is nu erg heet en het plaatsje ‘Les Fours’ (letterlijk: de ovens) doet zijn naam dan ook alle eer aan. De schaduwplekken zijn schaars. Het is zo warm dat ik me in Valezan een half uur (15u45-16u15) neerleg in de schaduw van een huis om uit te blazen. Het laatste stuk naar Landry is immers niet de moeite en ik ben er nog vroeg bij. Tijd zat.

In Bellentre moeten ze precies niet weten van de GR5 en op verschillende plekken ontbreken markeringen. Gelukkig is het niet zo moeilijk en moet ik alleen maar naar beneden. Wat verder let ik niet goed op. Ik mis een afslag en kom voorbij het kerkhof op de N90-autoweg terecht. Wat verder bij de afdaling naar de brug ontbreken de GR-tekens ook. Je kan de asfaltweg volgen of een geaccidenteerd pad dat eigenlijk de oorspronkelijke GR is.

De laatste 2 km naar Landry gaan over een geasfalteerd fiets- en wandelpad. Het is niet zo interessant en het lijkt een eeuwigheid te duren voor ik om 17u30 in Landry aankom. Ik betaal voor een plek op de camping naast de Isère. ‘De plaatsen zijn “speciaal” voor tentkampeerders’, weet de vriendelijke dame aan de balie me te zeggen. Het is vooral een oneven en droge bedoening. Leuk is anders, maar de donkere wolken boven de vallei verplichten me om niet lang te talmen en de tent snel op te zetten. Ik heb wel nog voldoende tijd om naar de kleine kruidenierswinkel boven in het dorp te gaan. De eigenaar – een oude man – is best vriendelijk, maar houdt me lang aan de praat en ik wil liefst van al zo snel mogelijk rusten. Terug aan de camping kom ik Vladimir tegen. Hij ziet er wat verloren uit, maar hij redt het wel. ’s Avonds eten we nog samen een kleinigheid op het terras van de camping en pas tegen 22u zoeken we elk onze tent op.

2019-GR5-Day03-Profile