Dag 15

Datum: Zondag 18/08/2019
Etappe: Larche > Bousiéyas

Afstand: 19,7 kilometer
Stijgingsmeters: 1186m / Dalingsmeters: 979m

Weer: Zonnig, 19°C

Het is een frisse ochtend en om 7u40 zijn we weg. Dagdoel is vandaag Bousiéyas waar Vladimir en ik een onderkomen in de refuge moeten zien te bemachtingen. Na twee stapdagen zit mijn wandelmaat er al door. En het betert niet.

Vandaag trekken we ook voor het eerst het Nationaal Park van de Mercantour binnen. De eerste vier kilometer wandelen we in zuidoostelijke richting naar de Italiaanse grens om er dan 450m vandaan naar het zuiden af te slaan. Hoewel we op dat beginstukje slechts 200m moeten klimmen, zit Vladimir er na halfweg al door en dat terwijl we nog maar net zijn begonnen. Dit zorgt alweer voor frustraties bij ons allebei. Ik wil immers op tijd aan de Azurenkust staan en aan dit tempo gaan we er 3 of 4 dagen langer over doen en die tijd heb ik niet.

In elk geval wandelen we nog een stukje samen. Aan de Pont Rouge zien we aan de overkant het koppeltje in hun hangmat genieten van het ontbijt. Vanaf hier stijgt de GR gedurende 3 kilometer aan gemiddeld 3.5%. Bovendien is het hier redelijk druk, want er is hier een parking en nadien is het pad een heel eind geplaveid. De meesten komen natuurlijk om het mooie Lac du Lauzanier (2284m) te bewonderen dat op 4,5km van de parking ligt. We komen Alexandre en Philippe tegen. Alexandre heeft een stevige tred die niet bij te houden is in de laatste twee kilometer naar het meer. Ik wandel met Philippe op een kalm tempo terwijl Vladimir heel erg achterop hinkt. Aan het Lac du Lauzanier hou ik even halt met andere bekende gezichten, waaronder ook Marco. Dan gaat het verder naar het volgende meertje op 2430 meter hoogte, het Lac de derrière la Croix. Daar haal ik al mijn materiaal uit om te drogen en kook er een potje voor het middageten, al is het 11u20 en dus nog vroeg op de dag.

Mijn middagpauze duurt een uur en net als ik op het punt sta verder te wandelen komt Vladimir aangesjokt. Hij moet nog even volhouden. Van hieruit is het 200m naar de top van de Pas de la Cavale (2671m) die er vanop afstand indrukwekkend en steil uitziet. Je kan het pad en andere wandelaars wel makkelijk spotten. Vladimir zet zich neer voor een middagmaal en ik begin aan de klim. Die zorgt op sommige stukken wel voor angstige momenten, maar over het algemeen is het toch te doen voor iemand met hoogtevrees. Je moet ook een eind over losse stenen en da’s niet zo prettig. Om 13u ben ik op de top en geniet van het uitzicht. Voor me strekt zich de vallei van de Salse Morene uit en die is erg prachtig. Je kan daar beneden ook de drie kleine Lacs d’Agnel zien.

De afdaling begint vrij heftig met enkele lastige stukken en veel lossen stenen waardoor het soms schuiven geblazen is. Aan de drie meertjes kom ik Alexandre en Marco tegen. Zij zijn net een eindje gaan zwemmen. Ik ben zelf niet zo’n zwemmer en uit die meertjes geraken lijkt me ook niet zo evident. Marco en Alexandre wandelen flink door. Beneden in de vallei is het bijna vlak en we passeren een vervallen abri (NL: schuilhut) op 2094 meter hoogte en moeten dan door een geul om aan de laatste klim van de dag te beginnen, die naar de Col des Fourches (2261m). Als ik om 14u30 boven ben wachten Alex, Marco en Philippe me al op, net als een toezichtster van het Nationaal Park. Zij is met een telelens aan het nagaan of er in de vallei geen onverlaten zijn die een vuurtje stoken of reeds een bivak hebben opgezet. Voor alle duidelijkheid: bivakkeren is er toegelaten vanaf 19u ’s avonds, wildkamperen helemaal niet en vuur mag niet, ook niet met een brandertje.

Vanaf de Col des Fourches, waarop verschillende bunkers staan, kan je reeds het Camp des Fourches zien liggen. Door de ruïnes van dit legerkamp loopt ook de vrij drukke M64-autoweg, waarover later meer. Het legerkamp zelf kwam er eind 19de eeuw als onderdeel van de grensverdediging. Het werd tot aan de Tweede Wereldoorlog gebruikt. Nu worden er stilaan renovatiewerken uitgevoerd. Op termijn zou hier eventueel een herberg en restaurant kunnen komen. Dat staat althans in de plannen.

De afdaling naar Bousiéyas gaat erg snel en om 15u15 zet ik mijn voeten op het terras van de refuge. Hoewel het naast de drukke weg gelegen is, is dit best een gezellige plek. Eerst reserveer ik zoals afgesproken een slaapplaats en avondeten voor Vladimir en mezelf om dan een hele namiddag te kunnen genieten van het nietsdoen! Vladimir komt drie uur later aan, moe en zwijgzaam. Net voor hem zijn ook Stevie en Marine gepasseerd en nodig ik hen allen uit voor een drankje.

Na het lekkere avondmaal en een uitleg over de omgeving door de vrouw van de refugehouder, speel ik ’s avonds laat nog enkele partijtjes schaak met Alexandre. De stand is intussen 4-2 voor mij. Tijdens het schaken hebben we het erover om onze tocht wat in te korten. Hij omdat hij het vele op en neer beu is, ik omdat ik intussen echt wel tijdsdruk heb, anders geraak ik niet op tijd thuis. We bekijken de Philippe’s topogids. Allebei waren we van plan de GR52 te doen, door de Mercantour en de Vallée des Merveilles naar Menton. De GR5 tot Nice behoort tot de mogelijkheden, maar die zien we allebei niet zitten. We willen toch nog met zekere grandeur eindigen en daar hoort een spectaculair zicht op de Middellandse Zee ook bij. De GR52A blijkt hier soelaas te bieden. Deze is weliswaar maar 16 kilometer korter dan de GR52, maar we moeten ook 1600 minder hoogtemeters overbruggen, dus kunnen we mits een paar stevige etappes anderhalve dag tot twee dagen vroeger in Nice staan. Eigenlijk kunnen we nog sneller, maar omdat Alexandre al zijn overnachtingen gereserveerd heeft, is hij minder flexibel. We besluiten dat we sowieso samen wandelen tot aan de kust. Met Vladimir, die reeds vroeg gaan slapen is, spreek ik uiteindelijk af dat hij best de GR5 naar Nice volgt, omdat die voor hem makkelijker zal zijn en dat hij op zijn eigen ritme moet gaan.

Tot slot nog over de bewuste M64-weg. Deze weg die door Bousiéyas en door het Camp des Fourches gaat, leidt naar de Col de la Bonette (2715m) en was volgens de locals de hoogste bergpas van Europa, wat uiteraard niet waar is. Diegenen die op de GR5 langs de Col d’Iseran (2764m) gepasseerd zijn weten dat. Dus dacht men: “Laat ons nog een extra lus rond de Cime de la Bonette maken.” Dan komt de lus inderdaad boven de 2800m uit, alleen ben je dan geen bergpas overgestoken (er is trouwens nog een hogere in de Sierra Nevada, Spanje, boven de 3000m). Het enige record dat de passage langs de Cime de la Bonette heeft, is die van hoogste geasfalteerde weg in Europa.

2019-GR5-Day15-Profile